Terwijl u iemand probeert te begrijpen, is die persoon al jaren bezig zich voor u begrijpelijk te maken

Wat u als goed functioneren ziet, kan precies het vermogen zijn dat u later in uw cijfers mist.

Ooit zat die medewerker in een klaslokaal en wist hij precies wat er van hem werd verwacht. Stilzitten terwijl zijn lichaam beweging nodig had. Het tempo volgen terwijl iedere prikkel nog verwerkt werd. Woorden zoeken voor iets wat vanbinnen glashelder was, maar niet paste in de taal van de omgeving.

De opdracht werd gemaakt. Het antwoord klopte. De les kon verder.

De school zag een kind dat functioneerde.

Wat minder zichtbaar bleef, was hoeveel aandacht nodig was om dat functioneren mogelijk te maken. Een deel van zijn vermogen ging niet naar de leerstof, maar naar het stilhouden van zijn lichaam, het ordenen van prikkels, het ontcijferen van verwachtingen en het vertalen van zijn binnenwereld naar een vorm die de omgeving kon ontvangen.

Wanneer dat steeds beter lukte, leek het kind zich te ontwikkelen. Het werd rustiger, onderbrak minder en volgde beter.

Dat kan ontwikkeling zijn geweest.

Het kan ook betekenen dat het kind steeds beter werd in herkenbaar functioneren.

Jaren later zit dezelfde beweging aan uw vergadertafel. De medewerker luistert, antwoordt, noteert en levert. Hij vult onuitgesproken verwachtingen aan, herstelt onduidelijke afspraken en probeert wisselende prioriteiten met elkaar te verzoenen zonder het proces te vertragen.

U ziet een competente medewerker.

En dat is hij ook.

Maar voordat zijn vermogen beschikbaar wordt voor de opdracht, is een deel ervan al in gebruik. Niet om het werk te doen, maar om de organisatie te begrijpen en zichzelf voor de organisatie begrijpelijk te houden.

Zolang dat lukt, blijft de kost buiten beeld. De planning wordt gehaald. De klant wordt geholpen. Het team kan verder. De cijfers registreren het resultaat, niet hoeveel capaciteit nodig was om het bereikbaar te houden.

Daardoor ontstaat een gevaarlijke verwarring.

We denken dat we naar beschikbare capaciteit kijken, terwijl we mogelijk kijken naar wat ervan overblijft na voortdurende vertaling en compensatie.

Pas wanneer iemand trager reageert, fouten begint te maken, zich terugtrekt of uitvalt, wordt het verlies zichtbaar. Dan zoekt de organisatie naar een verklaring in belastbaarheid, communicatie, motivatie of veerkracht.

Maar het resultaat toont waar het verlies zichtbaar werd.

Niet waar het begon.

Het begon mogelijk veel eerder, toen goed functioneren gelijk werd aan herkenbaar functioneren. Toen de school concludeerde dat het goed ging omdat het kind stilzat. Toen de organisatie concludeerde dat de functie paste omdat de resultaten werden gehaald. Toen niemand meer onderzocht hoeveel vermogen nodig was om dat beeld overeind te houden.

Dat is geen zachte vraag over inclusie. Het is een vraag over de verdeling van human capital.

Vermogen dat voortdurend wordt ingezet om impliciete verwachtingen te vertalen, prikkels te verwerken, veranderende ankerpunten te herstellen en passend gedrag zichtbaar te maken, kan niet tegelijk volledig worden ingezet voor leren, patroonherkenning, initiatief, innovatie of vroege signalering.

Uw resultaat kan vandaag worden gehaald door precies het vermogen te verbruiken dat u morgen voor uw volgende beslissing nodig hebt.

Daar ligt ook de opportuniteit.

Een school die eerder ziet waar het vermogen van een leerling werkelijk naartoe gaat, hoeft niet te wachten tot leren vastloopt. Een organisatie die eerder ziet welke capaciteit door compensatie wordt opgebruikt, hoeft niet te wachten tot uitval het verlies bevestigt.

Dat vraagt niet dat ieder verschil een talent of superkracht wordt genoemd. Sommige beperkingen blijven werkelijk. Sommige ondersteuning blijft noodzakelijk.

Het vraagt wel dat we stoppen met alleen te meten of iemand binnen de bestaande werkelijkheid kan functioneren.

De strategische vraag is ook hoeveel vermogen die mens gebruikt om dat functioneren voor ons herkenbaar te maken.

AX SEA onderzoekt daarom niet alleen wat iemand kan of waar iemand vastloopt. Het onderzoekt welke werkelijkheid rond dat functioneren buiten beeld bleef, waar aanwezig vermogen zijn beweging verloor en welke kennis de volgende beslissing niet bereikte.

De volledige afstand bevindt zich zelden in één persoon.

Maar ze wordt ook niet opgelost door eenvoudigweg meer ruimte te geven. Eerst moet zichtbaar worden waar capaciteit wordt verbruikt, welke verwachting voortdurend vertaald wordt en wie de gevolgen daarvan uiteindelijk draagt.

Daar begint het onderzoek.

Niet met een snelle oplossing, maar met een vraag die scholen en organisaties veel eerder zouden moeten stellen:

Niet met een snelle oplossing, maar met een vraag die scholen en organisaties veel eerder zouden moeten stellen:

Hoeveel vermogen is bij uw mensen al in gebruik voordat het echte leren of werken begint?

Niet alles wat nog niet verschijnt, is afwezig.

Soms is het al jarenlang aanwezig, maar volledig in gebruik om het bestaande systeem begrijpelijk en werkbaar te houden.

Dit is het eerste deel van een vierdelige AX SEA-reeks over aanwezig vermogen, aanpassing, ontluikend talent en de Keystone waar verspreide werkelijkheid opnieuw samenhang kan krijgen.

Eind oktober leggen we deze vraag voor het eerst samen op tafel in Open Studio AX — Neurodiversiteit in ons leven.

Hoeveel ruimte is er om anders te functioneren voordat aanwezig vermogen uit beeld verdwijnt?

Volgende
Volgende

Wanneer wordt neurodivergente compensatie aangezien voor ontwikkeling?